De drie Core Web Vitals
LCP (Largest een headless CMS Paint): hoe snel de grootste content zichtbaar is. Doel: <2.5 s.
INP (Interaction to Next Paint): hoe snel de pagina reageert op klikken/typen. Doel: <200 ms. Vervangt FID sinds maart 2024.
CLS (Cumulative Layout Shift): hoe stabiel de pagina laadt (geen springende content). Doel: <0.1.
Elk van de drie meet iets anders: LCP gaat over laden, INP over interactie, CLS over visuele stabiliteit. Je kunt een perfecte LCP-score hebben en toch zakken op INP als je pagina zware JavaScript-componenten heeft. Bekijk ze altijd als drie afzonderlijke diagnoses, niet als één gemiddelde score.
Waarom zijn CWV belangrijk?
Google gebruikt deze metrics als ranking factor (Page Experience signal). Belangrijker nog: ze correleren sterk met conversie. Snelle pagina = meer omzet.
De correlatie met conversie is goed gedocumenteerd. Google zelf publiceert data die toont dat sites die de LCP-drempel van 2,5 s halen, 24% minder gebruikers zien vertrekken dan sites die er net boven zitten. Voor e-commerce betekent elke seconde extra laadtijd gemiddeld 7% minder conversie. Dat maakt CWV een directe business-metric, niet alleen een technische SEO-checkbox.
Hoe meet je Core Web Vitals?
Google Search Console (velddata van echte gebruikers), PageSpeed Insights (lab + veld), Chrome Lighthouse. Vergelijk altijd velddata, niet alleen labwaarden.
Het onderscheid tussen lab- en velddata is cruciaal. Labdata (Lighthouse, PageSpeed lab-tab) meet jouw pagina in een gecontroleerde omgeving. Velddata (CrUX. Chrome User Experience Report) toont hoe echte gebruikers jouw pagina ervaren op hun eigen apparaat en verbinding. Google gebruikt velddata voor rankings. Een uitstekende Lighthouse-score lost je ranking-probleem niet op als de velddata rood is.
Voorbeeld in de praktijk
Een MKB-webshop in Noord-Brabant had een LCP van 4,2 s (rood) door een niet-geoptimaliseerde heldenafbeelding van 1,8 MB. Na compressie naar WebP (220 KB) en preload van het LCP-element daalde de LCP naar 1,9 s. Resultaat: de PageSpeed-score steeg van 48 naar 84, en in de zes weken erna steeg de organische traffic op mobiel met 22%. De conversie rate steeg met 11%, hetzelfde product, dezelfde prijs, alleen sneller geladen.
Hoe los je CWV-problemen op?
LCP verbeteren: comprimeer de heldenafbeelding (WebP, max 200 KB voor mobiel), voeg een preload-tag toe, gebruik een CDN, en elimineer render-blocking resources.
INP verbeteren: identificeer zware JavaScript-taken via browser-devtools Performance-tab. Code-splitting en het uitstellen van niet-kritische scripts met defer of idle callbacks zijn de voornaamste oplossingen.
CLS verbeteren: reserveer afmetingen voor afbeeldingen en embeds (width/height-attributen of aspect-ratio CSS), laad advertenties en cookie-banners pas in nadat layout is vastgelegd.
Veelgemaakte fouten
Alleen naar Lighthouse kijken: een hoge Lighthouse-score in lab garandeert geen goede velddata. Gebruik altijd beide.
CWV eenmalig fixen: na een site-update of plugin-installatie kunnen scores verslechteren. Plan maandelijkse monitoring.
Alle pagina's over één kam scheren: Google beoordeelt CWV per pagina-type (homepage, categoriepagina, productpagina). Fix eerst de pagina's met het meeste verkeer.
INP negeren: veel teams focussen op LCP en vergeten INP, terwijl INP bij JavaScript-zware sites de zwakste schakel is.
Gerelateerde termen
Page Experience: het bredere Google-signaal waaronder CWV valt, inclusief HTTPS, mobile-friendliness en intrusive interstitials.
TTFB (Time To First Byte): hoe snel de server reageert. Hoge TTFB beïnvloedt LCP direct, begin bij hosting als TTFB boven 600 ms zit.
Lighthouse: Google's open-source auditprogramma dat CWV en andere web-performance metrics meet in een gecontroleerde omgeving.
Wil je weten waar jouw Core Web Vitals staan?
Vraag een CWV-scan →
